01
Nov-2013

Aardig geaard

blog   /  

Van hooien krijg je blaren op je handen. Hooi kriebelt als je er in ligt. Paarden eten het en koeien ook. Hooimijten zijn museumstukken geworden maar ik herinner me een zomerkamp in Beek en Donk lang geleden, toen we in augustus met paard en wagen langs de bermen gingen waar een week of wat eerder de man met de zeis in de weer was geweest. Links en rechts voor de wagen liep een dubbele rij uit de kluiten gewassen mannen met hooivorken die krachtig maar o zo elegant de gedroogde grashalmen in bossen naar boven zwiepten waar wij, kinderen van een jaar of 11, de taak hadden het hooi op de wagen te houden. De geur van pasgemaaid gras doet veel mensen vergenoegd snuiven maar vers hooi ruikt nog net een graadje lekkerder, door de toevoeging van zonnestralen is het dé belichaming van zomer. De noodzaak voor ‘slow’ bestond nog niet, er was geen haast want het tempo werd bepaald door de seizoenen en de maat was die van mens en dier. Ja het elektrisch licht was al uitgevonden en ijsjes kwamen gewoon uit de vriezer, ik ben geen fossiel, maar op het platteland hoefde het nog niet zo flitsend. Het hooi van de wagen werd opgetast in een hooiberg en bij uitzondering mochten wij er ‘s nachts in slapen. Geen oog dicht natuurlijk, we kriebelden en giechelden om al dat ritselt en piept en geloof mij er piept heel wat als je pas 11 bent en in het pikkedonker in een vreemde hooiberg ligt.

foto (16) foto (20)

Alles op z’n tijd. Negendertig jaar later struin ik door de berm en stuit ik op een mechanisch opgerold geval, de moderne hooibaal die geproduceerd is nadat met een klepel- of in het gunstigste geval een cirkelmaaier het gras is gekortwiekt. Bermhooi is door de vele verontreinigingen allang niet meer geschikt als voedsel voor paard of koe maar wat er wél mee gebeurt is mij onduidelijk. De milieuman van gemeente Alphen-Chaam biedt uitkomst: het hooi uit hun gemeente wordt gecomposteerd en wel door een bedrijf dat op mijn route ligt, de firma Van Iersel in Biezenmortel. Eén telefoontje later en ik ben van harte welkom om een kijkje te komen nemen.

Voor Biezenmortel ligt Udenhout en in Udenhout logeer ik bij Wim. Over onze eerste ontmoeting schreef ik eerder al, nu is het tijd voor een vervolg. Het tuinhuisje zoals ik het noemde is in werkelijkheid een mini-woning op het achtererf van Wims ouderlijk huis en biedt alle comfort die een vrijgezelle jongeman zich wensen kan inclusief werkruimte want Wim runt een eigen IT-bedrijfje. Tot zover weinig spectaculair misschien. Toch is het een wonder dat Wim leeft en hoe. Door een suffe stunt met zijn crossmotor, een wheelie die achterover doorschoot, belandde hij op sterven na dood in het ziekenhuis waar hij maandenlang in coma lag met zoveel gebroken botten dat tellen geen zin had. Ademhalen deed hij door een slangetje in zijn luchtpijp en eten door een slangetje in zijn maag. Na ontslag uit het ziekenhuis volgde een periode van bijna een jaar revalideren waarbij Wim het voordeel had van zijn door turnen en thaiboksen getrainde lichaam en geest. Ondertussen bouwden zijn ouders, broer en zussen, familie en vrienden een huis. Een huis met een etage maar zonder vaste trap want, zo zeiden de doktoren, traplopen zou nooit meer lukken. “Ik denk erover om daar in die hoek van de kamer toch een trap te plaatsen”, grijnst Wim terwijl ‘ie me over de vlizotrap voorgaat naar de zolder. Daar bewaart hij de helm die hij droeg toen hij met een rotvaart tegen het wegdek knalde en tientallen meters verderop tegen een geparkeerde auto smakte, het kunststof aan de voorkant is gescheurd en op de plek waar Wims achterhoofd zat zit een gat. In zijn ogen lees ik een mengeling van verwarring, verwondering en vreugde. Zonder spijt, zonder verwijt: elke dag is het waard om geleefd te worden.

foto

Lachen, Wim doet niet anders maar nu heel even als een boer met kiespijn want de sportman in hem verliest niet graag, helemaal niet als het een spelletje Jackeroo is, een bordspel dat een combinatie is van pesten en mens-erger-je-niet door een Udenhoutse familie bedacht, ontworpen en gemaakt. Mijn leedvermaak is van korte duur: ik verlies twee van de drie potjes.

De volgende ochtend wandelen we op ons gemak naar de fysio, die hem na de revalidatieperiode nog een tijdlang behandeld heeft, want Wim bedacht dat ik een gesponsorde behandeling wel zou kunnen waarderen. De ontvangst door Henk, Irma en Saskia is bijzonder hartelijk en even later worden mijn kuiten vakkundig gemasseerd door laatstejaars student Saskia die me vertelt over haar droom om in maart 4 weken in Nepal als vrijwilliger aan de slag te gaan als voorproefje op haar wens om in het buitenland te werken.

foto (18)foto (1)Soepeltjes draaf ik richting Biezenmortel waar op de fiets naast me, Wim en ik bij firma Van Iersel gaan kijken hoe het bermhooi verwerkt wordt tot compost en wat dat te maken heeft met zwerfafval.

Alles en niks, zo blijkt als we door Bram van Iersel worden rondgeleid over het uitgestrekte terrein dat bezaaid is met hopen. Hopen blad, takken en gras in verschillende stadia van rotting. En denk nu niet meteen “dan zal het wel stinken” want dat doet het niet. Compost stinkt helemaal niet en als het al ruikt dan ruikt het naar herfst maar dat doet het toch al dus daar is geen verschil merkbaar.

Op zware veiligheidsschoenen klos ik van hoop naar dampende hoop – bij composteren komt energie vrij in de vorm van warmte en stoom, aandachtig luisterend naar Bram die uitlegt hoe de grondstoffen binnenkomen, verwerkt worden en uiteindelijk als product het bedrijf verlaten. Zwerfafval geldt als een verontreiniging en moet er dus uit worden verwijderd. Hoe? Voornamelijk met de hand. Nou ja, twee handen eigenlijk. Het is de taak van een – bijna fulltime – arbeidskracht om zoveel mogelijk ongerechtigheden uit het aangeleverde spul te halen. Laat diegene net vandaag een vrije dag hebben… als ik dát geweten had, had ik voor hem ingevallen en met de kruiwagen langs de ‘rillen’ gelopen om flesjes, blikjes, vogels en snoepwikkels eruit te plukken. Na die eerste schifting volgt een tweede met een magneet die het metaal eruit tilt, een derde met een windshifter die het plastic wegblaast, en een vierde nogmaals met de hand voordat het voldoende schoon is. Het metaal wordt opgehaald door de oud-ijzerboer en het plastic gaat naar een afvalverwerkingsbedrijf in Son. (Daar zou ik graag een kijkje nemen op zoek naar de volgende stap in de zwerfafvalketen.)

Onder de indruk van Brams passie en het natuurlijke proces dat hier op grote schaal zichtbaar is bedenk ik me dat meer mensen dit zouden moeten ervaren want bij ieder die zijn of haar handen en voeten in de aarde steekt groeit als vanzelf het besef dat hoop doet leven. Letterlijk.

foto (10) foto (6)

foto (15) foto (7)

foto (9) foto (17)

foto (21) foto (22)

 

 

 

 

 

 

2

 likes / 5 Comments
Deel dit bericht:
  1. Paul /

    Je hebt al veel gezien en meegemaakt. Telkens leuk om te lezen.
    En natuurlijk ben ik ook benieuwd of je gebruik wil maken van mijn aanbod om in Helmond te overnachten.

  2. Elsa /

    Interessant om eens te zien wat er nu met dat hooi gebeurt. Ik heb het me al vaker afgevraagd als ik weer eens zo’n rol langs de weg zag liggen.

  3. Dorothé /

    Mooi verhaal…. en ik zie je al rondklossen op die schoenen. Ik ga eens naar dat spel kijken.

    Groetjes,
    Dorothé

  4. Paul /

    hoi Anne, schitterend verhaal

  5. Sanne /

    Mooi hooi zonder zooi

reageer op dit bericht


Click on form to scroll

Archief

> <
Jan Feb Mrt Apr Mei Jun Jul Aug Sep Okt Nov Dec
Jan Feb Mrt Apr Mei Jun Jul Aug Sep Okt Nov Dec
Jan Feb Mrt Apr Mei Jun Jul Aug Sep Okt Nov Dec
Jan Feb Mrt Apr Mei Jun Jul Aug Sep Okt Nov Dec